ECLI:NL:RBROT:2006:AX2192
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ontslag op staande voet statutair directeur wegens vermeend frauduleus handelen
De zaak betreft het ontslag op staande voet van [eiser], statutair directeur van ACV Beheer B.V., wegens vermeend frauduleus handelen, waaronder valsheid in geschrifte en verduistering. [Eiser] betwist de dringende reden voor ontslag en stelt dat het ontslag nietig is, al dan niet kennelijk onredelijk.
De rechtbank stelt vast dat [eiser] ondanks betwisting ontvankelijk is in zijn vordering, omdat hij in dienst was van ACV en statutair directeur bleef. ACV voerde aan dat het ontslag gerechtvaardigd was vanwege diverse frauduleuze handelingen, waaronder gefingeerde arbeidsrelaties, onrechtmatige betalingen en valsheid in facturen.
De rechtbank oordeelt dat het ontslag onverwijld is gegeven na schorsing en onderzoek, en dat het beroep op het ontslagverbod wegens arbeidsongeschiktheid niet langer wordt gehandhaafd. De inhoudelijke beoordeling van de vermeende frauduleuze handelingen wordt verwezen naar een volgende rolzitting, waarbij partijen gelegenheid krijgen om nader bewijs en reactie te leveren.
De zaak wordt aangehouden voor nadere stukken en informatie over de strafrechtelijke procedure, waarbij verdere beslissing wordt uitgesteld.
Uitkomst: De rechtbank verklaart eiser ontvankelijk en verwijst de zaak aan voor nadere bewijslevering en reactie, met aanhouding van verdere beslissing.