ECLI:NL:RBROT:2006:AX2475
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- T.F. van der Lugt
- P.L. van Dijke
- C.J. van der Wilt
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor grootschalige handel en voorbereiding invoer van cocaïne en MDMA
De rechtbank Rotterdam heeft verdachte schuldig bevonden aan meerdere feiten van medeplegen en opzettelijk handelen in strijd met de Opiumwet, waaronder de verkoop, aflevering, vervoer en voorbereiding van invoer van aanzienlijke hoeveelheden cocaïne en MDMA. De feiten vonden plaats tussen 2004 en 2005, deels in Nederland en deels in het buitenland, waaronder Venezuela.
Het bewijs bestond onder meer uit processen-verbaal van opsporingsambtenaren, OVC-gesprekken, verklaringen van medeverdachten en andere getuigen, ondanks dat sommige verklaringen wisselend waren. De rechtbank achtte het bewijs wettig en overtuigend, ook al ontbraken NFI-rapporten voor de exacte samenstelling van de pillen. Uit verklaringen en context bleek dat de pillen MDMA bevatten.
Verdachte speelde een organiserende en initiërende rol, legde contacten, onderhandelde en was betrokken bij de planning van drugstransporten. De rechtbank vond dat verdachte bewust handelde uit winstbejag en hebzucht, en dat zijn activiteiten een ernstige bedreiging vormden voor de volksgezondheid en de maatschappij.
De rechtbank sprak verdachte vrij van enkele tenlastegelegde feiten, waaronder wederrechtelijke vrijheidsberoving en bepaalde voorbereidingshandelingen die onvoldoende bewezen waren. De straf werd vastgesteld op zes jaar gevangenisstraf, lager dan geëist, mede vanwege de verhouding tot medeverdachten en het feit dat verdachte niet tot de grootste drugshandelaren behoort.
Daarnaast werd een tas met blauwe pillen onttrokken aan het verkeer. De tijd die verdachte in voorarrest had doorgebracht, werd in mindering gebracht op de straf.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot zes jaar gevangenisstraf voor grootschalige handel en voorbereiding van invoer van cocaïne en MDMA.