ECLI:NL:RBROT:2006:AX6789
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- E.M. Hofkes
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid en bewijs van schade na mishandeling met geschil over bewustzijnsverlies en buiktrauma
Deze civiele zaak betreft de vraag welke schade als gevolg van een mishandeling kan worden toegerekend aan de laedens, waarbij eiser en gemeente stellen dat epilepsieklachten het gevolg zijn van de mishandeling. De rechtbank benadrukt dat de feitelijke toedracht van het incident op 9 december 1992 bepalend is voor de aansprakelijkheid.
Na uitgebreid bewijs, waaronder getuigenverklaringen van partijen en een deskundigenonderzoek, concludeert de rechtbank dat eiser en gemeente niet zijn geslaagd in het bewijs dat eiser buiten bewustzijn is geraakt of dat de gedaagde hem in de buik heeft gestompt. De verklaringen van gedaagde en diens dochter ondersteunen deze stellingen niet, en ook medische documenten bevestigen dit niet.
De rechtbank stelt vast dat de aansprakelijkheid van gedaagde moet worden beoordeeld op basis van het vaststaande feit dat gedaagde eiser heeft geslagen, waardoor eiser op een wapeningsnet is gevallen. De zaak wordt verwezen voor nadere aktewisseling en benoeming van deskundigen voor verder medisch onderzoek, waarbij partijen zich over de formulering van vragen aan deskundigen mogen uitlaten.
Uitkomst: Eiser en gemeente zijn niet geslaagd in het bewijs van bewustzijnsverlies en buiktrauma, waardoor aansprakelijkheid beperkt blijft tot het bewezen feit van slaan en val op wapeningsnet.