ECLI:NL:RBROT:2006:AX6833
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onbevoegde vertegenwoordiging en toepasselijkheid artikel 3:61 lid 2 BW bij afvalverwerkingsovereenkomst
AVR-WEST B.V. heeft vanaf juli 2003 driemaal per week afval van Hotel Central afgevoerd op basis van een serviceovereenkomst die op 19 mei 2003 door een werknemer van Hotel Central, [X], werd ondertekend. Hotel Central betwist dat [X] bevoegd was deze overeenkomst te sluiten en weigert betaling van openstaande facturen ter waarde van € 10.373,05. AVR vordert betaling van deze facturen, vermeerderd met wettelijke rente en buitengerechtelijke kosten.
De rechtbank stelt vast dat [X] inderdaad niet bevoegd was de overeenkomst te sluiten, maar dat Hotel Central door haar gedragingen en het voortbestaan van de situatie de schijn heeft gewekt dat [X] wel bevoegd was. Hotel Central heeft de facturen ontvangen, niet tijdig bezwaar gemaakt en zelfs een eerdere factuur betaald. De naam van [X] stond niet in het handelsregister, maar dit was onvoldoende om AVR te doen twijfelen aan zijn bevoegdheid.
Op grond van artikel 3:61 lid 2 BW Pro kan Hotel Central zich niet beroepen op de onbevoegdheid van [X]. De rechtbank veroordeelt Hotel Central tot betaling van het gevorderde bedrag, inclusief een gematigde vergoeding van buitengerechtelijke kosten van € 904,- en wettelijke rente. Hotel Central wordt tevens veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Hotel Central is gehouden tot betaling van openstaande facturen, wettelijke rente en buitengerechtelijke kosten wegens gebondenheid aan de overeenkomst ondanks onbevoegde vertegenwoordiging.