ECLI:NL:RBROT:2006:AX8853
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Van Klaveren
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs van meineed door unit-directeur PI
Tijdens een strafoplegging in een penitentiaire inrichting ontstond een conflict waarbij een gedetineerde een penitentiair inrichtingswerker (PIW-er) sloeg, waarna een worsteling ontstond. De gedetineerde werd vervolgd voor mishandeling. In het daaropvolgende onderzoek werd de unit-directeur van de PI als getuige onder ede gehoord. Naar aanleiding van zijn verklaring werd hij zelf vervolgd wegens meineed.
De rechtbank oordeelde dat niet bewezen kon worden dat de verdachte onder ede valse verklaringen had afgelegd over de controle en het letsel van het slachtoffer. De verdachte had wel verklaringen afgelegd, maar telkens aangegeven dat hij bepaalde feiten niet had gezien. Het bewijs was onvoldoende om opzettelijk valse verklaringen aan te nemen.
De officier van justitie had een taakstraf geëist, maar de rechtbank sprak de verdachte vrij wegens gebrek aan wettig en overtuigend bewijs. De uitspraak werd gedaan door politierechter Van Klaveren op 14 juni 2006.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van meineed wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs.