ECLI:NL:RBROT:2006:AX8917
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.J.A.M. Ahsmann
- Rechtspraak.nl
Vaststelling immateriële schadevergoeding wegens opzettelijk lichamelijk letsel
Eiseres vordert schadevergoeding van gedaagde wegens mishandeling en opsluiting. Zij kon echter niet bewijzen dat zij eind december 2000 tot begin januari 2001 in huis was opgesloten, omdat zij geen getuigenbewijs of politie-mutatie kon overleggen.
De rechtbank beperkt de schadevergoeding daarom tot de immateriële schade veroorzaakt door de mishandelingen in september 1999 en maart 2000. Bij die mishandelingen liep eiseres ernstig lichamelijk letsel op, waaronder sporen van wurging, kneuzingen, een gebroken neus en een bloeding in het oog.
De rechtbank bepaalt dat de immateriële schadevergoeding billijk is vastgesteld op €4.000, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 31 maart 2000. Tevens wordt gedaagde veroordeeld in de proceskosten. Het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €4.000 immateriële schadevergoeding met wettelijke rente vanaf 31 maart 2000.