ECLI:NL:RBROT:2006:AY4986
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- W.F. Lubberink
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voogdij grootmoeder over kleinkind wegens bestaand gezag moeder
Een grootmoeder verzocht de rechtbank Rotterdam om haar te benoemen tot voogd over haar kleinkind. De moeder van het kind oefent het ouderlijk gezag alleen uit en de vader heeft het kind niet erkend. De gewone verblijfplaats van het kind is sinds november 2005 bij de grootmoeder.
De rechtbank stelde vast dat het gezag over het kind reeds geregeld is volgens artikel 1:253b lid 1 BW, waarbij de moeder het gezag alleen uitoefent. Er was geen aanleiding om aan te nemen dat de moeder niet in staat was het gezag uit te oefenen, zodat artikel 1:253r BW niet van toepassing was.
De rechtbank wees erop dat het gezag van de moeder alleen kan worden beëindigd door ontheffing of ontzetting, welke procedures niet waren gestart. De grootmoeder was niet-ontvankelijk in haar verzoek en dit werd afgewezen. De beschikking werd uitgesproken door kantonrechter W.F. Lubberink.
Uitkomst: Verzoek grootmoeder tot voogdij afgewezen wegens bestaand gezag moeder.