ECLI:NL:RBROT:2006:AY5121
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- W.F. Lubberink
- Rechtspraak.nl
Ontslag op staande voet wegens boos weglopen nietig verklaard; loonbetaling toegewezen
Een werkneemster vorderde achterstallig loon nadat zij op staande voet was ontslagen wegens boos weglopen bij een gesprek op verzoek van haar leidinggevende. De werkgever stelde dat dit de druppel was na eerdere ongewenste gedragingen. De werkneemster betwistte dit, stelde dat het gesprek geen doorgang vond en dat het ontslag niet onverwijld en zonder geldige dringende reden is gegeven.
De kantonrechter stelde vast dat de gedraging van boos weglopen op zichzelf geen dringende reden vormt voor ontslag op staande voet. Bovendien was niet gebleken dat de werkneemster was gewaarschuwd dat haar gedrag onacceptabel was en dat de maat vol was. Ook was het ontslag niet onverwijld medegedeeld; de mededeling vond pas drie dagen later telefonisch plaats.
Daarmee voldeed het ontslag niet aan de wettelijke vereisten en werd het ontslag op staande voet als nietig beoordeeld. De werkgever werd veroordeeld tot betaling van het achterstallige salaris, onregelmatigheidstoeslag, wettelijke verhogingen en rente, alsmede proceskosten. Het meer of anders gevorderde werd afgewezen.
Uitkomst: Het ontslag op staande voet is nietig verklaard en de werkgever is veroordeeld tot betaling van achterstallig loon en kosten.