ECLI:NL:RBROT:2006:AY5124
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- W.F. Lubberink
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering huurders wegens te veel betaalde servicekosten na eigendomsoverdracht woning
Eisers, huurders van een woning, vorderden betaling van te veel betaalde voorschotservicekosten over de periode 9 april 2002 tot en met 31 december 2003. De woning is op 1 april 2005 overgegaan in eigendom van gedaagde. Eisers baseerden hun vordering mede op een uitspraak van de Huurcommissie waarin de betalingsverplichting werd vastgesteld op lagere bedragen dan zij hadden betaald.
Gedaagde verweerde zich door te stellen dat zij niet aansprakelijk was voor vorderingen die opeisbaar waren vóór de eigendomsoverdracht, zoals bepaald in artikel 7:226 BW Pro. Eisers stelden dat hun vordering pas opeisbaar werd na de uitspraak van de Huurcommissie, dus na de overdracht.
De kantonrechter oordeelde dat de vordering tot terugbetaling van servicekosten opeisbaar is na afloop van het boekjaar waarop deze betrekking heeft, en dat dit moment vóór de eigendomsoverdracht lag. De uitspraak van de Huurcommissie wijzigde hieraan niets. Daarom is de vordering niet overgegaan op gedaagde en wordt deze afgewezen.
Eisers worden veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De vordering tot terugbetaling van te veel betaalde servicekosten wordt afgewezen omdat deze vóór de eigendomsoverdracht opeisbaar was.