ECLI:NL:RBROT:2006:AY5188
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- R.F. de Knoop
- A. Verweij
- M.K. Bulterman
- Rechtspraak.nl
Weigering gemachtigde wegens onbetamelijke uitlatingen en terughoudendheid bij toepassing artikel 2:2 Awb
Eiseres werd door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) medegedeeld dat haar gemachtigde geweigerd werd als vertegenwoordiger op grond van artikel 2:2 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Dit omdat de gemachtigde herhaaldelijk onbetamelijke uitlatingen deed door parallellen te trekken tussen het handelen van medewerkers van verweerder en misdaden uit de Tweede Wereldoorlog, wat de communicatie verstoorde.
Eiseres maakte bezwaar tegen deze weigering, maar dit werd ongegrond verklaard. Vervolgens stelde zij beroep in bij de rechtbank Rotterdam. De rechtbank overwoog dat het bestuursorgaan uiterst terughoudend moet zijn bij het weigeren van een gemachtigde en dat ernstige bezwaren alleen in uitzonderlijke gevallen mogen worden aangenomen. Hoewel de uitlatingen van de gemachtigde onheus en beledigend waren, waren deze onvoldoende om te spreken van ernstige bezwaren zoals bedoeld in artikel 2:2 Awb Pro.
De rechtbank stelde vast dat verweerder onvoldoende had onderbouwd dat de uitlatingen daadwerkelijk ernstige bezwaren opleverden en dat eiseres niet schriftelijk op de consequenties was gewezen. Daarom vernietigde de rechtbank het bestreden besluit en beval een nieuw besluit op bezwaar. Tevens veroordeelde de rechtbank verweerder in de proceskosten en bepaalde dat het griffierecht aan eiseres wordt vergoed.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot weigering van de gemachtigde wordt vernietigd.