ECLI:NL:RBROT:2006:AY5437
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Buchner
- Mul
- Van den Enden
- Rechtspraak.nl
Ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel uit mensensmokkelreizen
De rechtbank Rotterdam heeft op 1 augustus 2006 uitspraak gedaan in een zaak betreffende de ontnemingsvordering van wederrechtelijk verkregen voordeel door mensensmokkel. De verdachte werd eerder veroordeeld voor meerdere mensensmokkelreizen in 2001, waaronder reizen via Hoek van Holland, Breda en Coquelles, alsmede soortgelijke feiten op 13 en 19 september 2001.
De Koninklijke marechaussee voerde het financiële onderzoek uit, waarbij de rechtbank bevestigde dat zij bevoegd waren dit onderzoek zelfstandig uit te voeren onder leiding van de officier van justitie. De verdediging betwistte deze bevoegdheid, maar dit verweer werd verworpen. Uit het onderzoek bleek dat de verdachte en een medeverdachte in gelijke mate betrokken waren bij de smokkelreizen, waarbij de verdachte verantwoordelijk was voor transportmiddelen en valse documenten.
De rechtbank stelde het wederrechtelijk verkregen voordeel vast op in totaal fl. 336.132,00 (€152.530,05), waarvan de helft, zijnde €76.265,03, aan de verdachte werd toegerekend. Dit bedrag moet door de verdachte aan de staat worden betaald. De rechtbank nam bij haar beslissing de persoonlijke omstandigheden van de verdachte mee en wees het verweer van de raadsman af dat de verdachte slechts een administratieve rol had en een kleiner deel van het voordeel zou hebben ontvangen.
Uitkomst: De verdachte is verplicht tot betaling van €76.265,03 aan de staat wegens wederrechtelijk verkregen voordeel uit mensensmokkel.