ECLI:NL:RBROT:2006:AY5619
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over boete wegens onvergund gebruik radiozendapparatuur
Eiseres maakte bezwaar tegen een boete van €1.150 wegens het zonder vergunning uitzenden op een frequentie van 94,3 MHz met radiozendapparatuur aangetroffen in een garage. De rechtbank stelde vast dat het proces-verbaal voldoende bewijs bood voor de overtreding en dat eiseres als overtreder kon worden aangewezen. De rechtbank oordeelde dat verweerder bevoegd was de boete op te leggen en dat het handhavend optreden passend was.
Echter, de rechtbank constateerde dat de redelijke termijn voor de behandeling van de zaak, zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro, met ruim drie jaar was overschreden, voornamelijk door een langdurige bezwaarfase. Dit leidde tot matiging van de boete tot €575. Het beroep tegen de last onder dwangsom werd niet-ontvankelijk verklaard omdat deze was vervallen.
De rechtbank wees de vergoeding van proceskosten af omdat eiseres zich niet door een professionele rechtshulpverlener had laten bijstaan en er geen andere kosten waren gebleken. Wel werd het betaalde griffierecht aan eiseres vergoed.
Uitkomst: De boete wegens onvergund gebruik van radiozendapparatuur wordt gematigd tot €575 en de last onder dwangsom vervalt.