ECLI:NL:RBROT:2006:AY6120
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.V.M. Los
- Rechtspraak.nl
Ontbinding arbeidsovereenkomst wegens onvoldoende passende werkhervatting en schending goed werkgeverschap
Verzoekster, werkzaam als hoofd P&O bij BSC, kampte met ernstige schouderklachten die haar rechterarm beperkte. Ondanks medische adviezen tot rust en aangepast werk, werd zij door de werkgever geacht haar eigen werkzaamheden te hervatten zonder adequate ondersteuning, wat leidde tot verergering van haar klachten.
De bedrijfsarts wijzigde het Plan van Aanpak zonder medische onderbouwing, waardoor de werkneemster werd geacht weer volledig aan het werk te gaan. Verzoekster ervoer echter geen passend werk en ontving geen hulp van collega's, terwijl de werkgever stelde dat passende werkzaamheden beschikbaar waren.
De kantonrechter oordeelde dat de werkgever zich niet als goed werkgever had gedragen door onvoldoende passende werkhervatting te bieden en onvoldoende ondersteuning te organiseren. De arbeidsovereenkomst werd ontbonden met toekenning van een vergoeding van € 28.500 aan verzoekster. De vordering van de werkgever tot vergoeding werd afgewezen.
Uitkomst: De arbeidsovereenkomst werd ontbonden en verzoekster kreeg een vergoeding van € 28.500 toegekend wegens schending van goed werkgeverschap door BSC.