ECLI:NL:RBROT:2006:AY6207
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Hofmeijer-Rutten
- Cooijmans
- Fiege
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering gemeente tegen verzekeraars wegens niet vastgesteld verzekerd voorval bij transport woonwagens
De gemeente Den Haag verplaatste in december 2002 dertig woonwagens met bestuursdwang en verzekerde het transport tegen schade bij drie verzekeraars. Na het transport ontstond schade aan de woonwagens en de inboedels, waarbij de gemeente de schade aan bewoners vergoedde en de verzekeraars de inboedelschade deels vergoedden. De gemeente vorderde vervolgens vergoeding van de schade aan de woonwagens zelf van de verzekeraars.
De verzekeraars stelden onder meer dat sprake was van verzwijging door de gemeente en betwistten dat er een verzekerd evenement had plaatsgevonden. De rechtbank oordeelde dat de omschrijving 'woonwagens' voldoende was en dat het beroep op vernietiging van de verzekeringsovereenkomst faalde. De rechtbank stelde dat de gemeente de bewijslast droeg om aan te tonen dat de schade het gevolg was van een van buiten komend onheil tijdens het transport.
De rechtbank concludeerde dat de gemeente onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de schade was veroorzaakt door een verzekerd voorval. De schade kon ook het gevolg zijn van normale trillingen inherent aan het transport, wat niet onder de verzekering valt. Het beroep op rechtsverwerking slaagde niet omdat de vergoeding van inboedelschade niet het gerechtvaardigd vertrouwen wekte dat de verzekeraars de schade aan de woonwagens niet zouden betwisten. De vordering werd daarom afgewezen.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering van de gemeente af omdat niet is vastgesteld dat de schade aan de woonwagens tijdens het transport is veroorzaakt door een verzekerd voorval.