ECLI:NL:RBROT:2006:AY6239
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering wegens geen aansprakelijkheid advocaat voor niet-indienen aanvraag verblijfsvergunning
De zaak betreft een vordering van eiser tegen zijn advocaat wegens vermeende wanprestatie en onrechtmatige daad. Eiser stelt dat de advocaat had moeten optreden door namens hem tijdig een aanvraag in te dienen op grond van de Tijdelijke regeling witte illegalen (TBV 1999/23) tussen 1 oktober en 1 december 1999.
Eiser verbleef sinds 1986 in Nederland en had gedurende de referteperiode rechtmatig verblijf. De advocaat heeft geen aanvraag ingediend omdat hij meende dat de regeling niet van toepassing was op rechtmatig verblijvende vreemdelingen zoals eiser. De aanvraag werd later alsnog ingediend maar afgewezen wegens termijnoverschrijding.
De rechtbank stelt vast dat de TBV 1999/23 bedoeld was voor langdurig illegaal verblijvende vreemdelingen en niet voor vreemdelingen die rechtmatig verbleven. De advocaat heeft gehandeld als een redelijk bekwaam en redelijk handelend advocaat door geen beroep te doen op de regeling. Er is geen bewijs dat de regeling ook voor eiser gold of dat de advocaat dit had moeten voorzien.
De vordering wordt afgewezen en eiser wordt veroordeeld in de proceskosten. De rechtbank concludeert dat er geen aansprakelijkheid is voor de advocaat wegens het niet indienen van de aanvraag binnen de gestelde termijn.
Uitkomst: De vordering van eiser tegen zijn advocaat wegens het niet tijdig indienen van een aanvraag verblijfsvergunning wordt afgewezen.