ECLI:NL:RBROT:2006:AY6242
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.F.L.M. van der Grinten
- M.J.A.M. Ahsmann
- J. Sap
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechter in zaak ondertoezichtstelling minderjarigen
In deze zaak heeft verzoeker een wrakingsverzoek ingediend tegen een rechter die betrokken was bij procedures betreffende de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing van zijn minderjarige kinderen. Verzoeker stelde dat de rechter vooringenomen was, mede gebaseerd op vermeende uitspraken tijdens een zitting waarin de rechter een kind zou hebben geciteerd.
De rechtbank heeft het verzoek inhoudelijk beoordeeld en vastgesteld dat niet vaststaat dat de rechter de aangehaalde mededelingen heeft gedaan. Het proces-verbaal van de zitting bevestigt dat het kind tijdens een verhoor had verklaard bij de vader te willen wonen, maar de rechter ontkent de specifieke citaten die verzoeker aanvoerde.
De advocaat van de minderjarige bevestigde dat het proces-verbaal een correcte weergave van de zitting is. Gezien het ontbreken van concrete aanwijzingen voor vooringenomenheid, concludeert de rechtbank dat het wrakingsverzoek ongegrond is en wijst het af.
De beslissing is genomen door een meervoudige kamer van de rechtbank Rotterdam en uitgesproken in een openbare terechtzitting op 14 juli 2006.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter wordt afgewezen wegens gebrek aan bewijs voor vooringenomenheid.