ECLI:NL:RBROT:2006:AY6255
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- L. de Loor-Alwin
- Rechtspraak.nl
Afwijzing van vordering tot voeging in civiele procedure en verwijzing naar rol voor vonnis
In deze civiele procedure vorderde de man dat zijn zaak werd gevoegd met een andere aanhangige zaak bij de rechtbank Rotterdam. De vrouw betwistte deze vordering gemotiveerd. De rechtbank constateerde dat voeging reeds had plaatsgevonden bij een eerder vonnis van 21 september 2000 en dat de wet voeging slechts in een vroeg stadium van de procedure toestaat. Omdat de vordering tot voeging te laat was ingesteld, werd deze afgewezen.
De rechtbank motiveerde dat voeging dient om tegenstrijdige beslissingen en verknochte zaken te voorkomen en dat de wet geen ruimte laat voor latere of hernieuwde voeging. Hoewel de procedures in de gevoegde zaken niet gelijk oplopen, blijft de voeging in stand. De man werd veroordeeld in de kosten van het incident.
Tenslotte verwees de rechtbank de hoofdzaak naar de rol van 19 juli 2006 voor het vragen van vonnis en hield verdere beslissingen aan. De gevoegde zaak die op de parkeerrol stond, zal ambtshalve op dezelfde datum worden opgebracht zodat gelijktijdig vonnis kan worden gevraagd.
Uitkomst: Vordering tot voeging werd afgewezen en de zaak werd verwezen naar de rol voor vonnis.