ECLI:NL:RBROT:2006:AY6264

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
2 augustus 2006
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
256861 / HA ZA 06-682
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Artikel 8.1 Landelijk Reglement voor de civiele rol bij de rechtbanken
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vordering tot betaling afgewezen wegens onttrekking procureur en procedurele verwijzing

In deze civiele procedure vordert Köster Advocaten betaling van €13.898,86 van Human Quality Management, vermeerderd met rente en kosten. Human Quality Management betwist de vordering en concludeert tot afwijzing.

Voor de comparitie na antwoord trekt de procureur van Human Quality Management zich terug uit de zaak en verzoekt uitstel. De rechtbank constateert dat de procureur niet heeft voldaan aan de verplichting om de cliënte te informeren over de gevolgen van onttrekking en de noodzaak van nieuwe vertegenwoordiging.

Daarom verwijst de rechtbank de zaak naar de rol om Human Quality Management de gelegenheid te geven een nieuwe procureur te benoemen. Indien geen nieuwe procureur verschijnt, zal de rechtbank vonnis wijzen. De zaak wordt opnieuw op de rol gezet voor 30 augustus 2006.

De rechtbank benadrukt dat de onttrokken procureur verantwoordelijk is het vonnis aan zijn cliënte te overhandigen. De procedure wordt geschorst totdat nieuwe vertegenwoordiging is geregeld of vonnis wordt gewezen.

Uitkomst: De rechtbank verwijst de zaak naar de rol om Human Quality Management in de gelegenheid te stellen een nieuwe procureur te benoemen en wijst vonnis als dit niet gebeurt.

Uitspraak

R E C H T B A N K R O T T E R D A M
sector civiel recht
Zaak-/rolnummer: 256861 / HA ZA 06-682
Uitspraak: 2 augustus 2006
VONNIS van de enkelvoudige kamer in de zaak van:
de maatschap naar burgerlijk recht
KÖSTER ADVOCATEN,
gevestigd te Haarlem,
eiseres,
procureur mr. M.A.T. Schroots,
- tegen -
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid HUMAN QUALITY MANAGEMENT ARBEIDSINTERVENTIE EN -REÏNTEGRATIE B.V.,
gevestigd te Breda,
gedaagde,
procureur voorheen mr. J.C. Moree,
thans niet langer in rechte vertegenwoordigd.
Partijen worden hierna aangeduid als "Köster Advocaten" respectievelijk "Human Quality Management".
1. Het verloop van het geding
1.1 De rechtbank heeft kennisgenomen van de volgende stukken:
- dagvaarding d.d. 7 februari 2006 en de door Köster Advocaten overgelegde producties;
- conclusie van antwoord;
- tussenvonnis van deze rechtbank d.d. 17 mei 2006, waarbij een comparitie van partijen is gelast.
1.2 Voorts heeft de rechtbank kennis genomen van de inhoud van de faxberichten van de procureur van Human Quality Management d.d. 19 juni 2006 en de procureur van Köster Advocaten d.d. 20 juni 2006.
1.3 Ter rolle van 28 juni 2006 heeft de procureur van gedaagde zich aan de zaak onttrokken.
2. Het geschil
De vordering luidt - verkort weergegeven - om bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad Human Quality Management te veroordelen tot betaling aan Köster Advocaten van € 13.898,86 vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de in de facturen genoemde vervaldata en kosten.
Human Quality Management heeft de vordering van Köster Advocaten gemotiveerd betwist en geconcludeerd tot afwijzing daarvan, met veroordeling van Köster Advocaten bij vonnis in de kosten van het geding.
3. De beoordeling
3.1 Bij tussenvonnis van 17 mei 2006 heeft de rechtbank een comparitie van partijen. Bij faxbericht van 19 juni 2006 heeft de procureur van Human Quality Management de rechtbank bericht zich als procureur aan de zaak te willen onttrekken en in verband daarmee verzocht de op 21 juni 2006 bepaalde comparitie uit te stellen en de zaak naar de rol te verwijzen voor procureursonttrekking. De procureur van Köster Advocaten heeft daarmee blijkens het faxbericht van 20 juni 2006 ingestemd.
De comparitie van partijen heeft vervolgens geen doorgang gevonden en de zaak is naar de rol verwezen. Op de rolzitting van 28 juni 2006 heeft de procureur van Human Quality Management zich aan de zaak onttrokken. Tegelijkertijd is door de procureur van Köster Advocaten vonnis gevraagd.
3.2 Volgens artikel 8.1 van het Landelijk Reglement voor de civiele rol bij de rechtbanken doet de procureur van een partij die zich op een roldatum aan een zaak wil onttrekken daarvan bericht aan de rechter en geeft hij in zijn bericht tevens aan dat hij zijn opdrachtgever over de gevolgen van een en ander heeft geïnformeerd. Uit de inhoud van het faxbericht van 19 juni 2006 kan de rechtbank echter niet afleiden dat de procureur van Human Quality Management haar (voormalige) cliënte heeft gewezen op de gevolgen van de onttrekking en op de noodzaak om een nieuwe procureur te doen optreden, indien zij zich in het rechtsgeding wil doen vertegenwoordigen. Daarom zal de rechtbank de zaak nogmaals naar de rol verwijzen teneinde Human Quality Management in de gelegenheid te stellen opnieuw een procureur te doen stellen. De rechtbank gaat er daarbij vanuit dat de inmiddels onttrokken procureur dit vonnis in handen van Human Quality Management zal stellen.
3.3 Indien zich op de aangegeven rolzitting geen nieuwe procureur voor Human Quality Management stelt, zal de rechtbank, nu er verder geen proceshandelingen van haar meer zijn te verwachten, in de zaak vonnis wijzen.
In het geval dat zich wel een nieuwe procureur stelt, wordt deze verzocht zich tegelijkertijd bij akte uit te laten of alsnog een comparitie van partijen dient plaats te vinden, aangezien door de inmiddels onttrokken procureur namens gedaagde om uitstel daarvan was verzocht. Indien geen comparitie van partijen plaatsvindt, zal de rechtbank in de zaak vonnis wijzen. In het geval wel comparitie van partijen dient plaats te vinden, wordt de nieuwe procureur tevens verzocht om opgave te doen van de verhinderdata van beide partijen in de maanden oktober, november en december 2006.
3. De beslissing
De rechtbank,
verwijst de zaak naar de rol van woensdag 30 augustus 2006 teneinde Human Quality Management in de gelegenheid te stellen opnieuw procureur te doen stellen en voor het nemen van een akte als bedoeld onder 3.3.
Dit vonnis is gewezen door mr. M. Hoendervoogt.
Uitgesproken ter openbare terechtzitting.
798