ECLI:NL:RBROT:2006:AY6271
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling redelijkheid en aanpassingstermijn van FTA-tarieven UPC en Priority door rechtbank Rotterdam
KPN verzocht de toezichthouder om geschillen over de redelijkheid van de FTA-tarieven van UPC en Priority te beslechten. De toezichthouder stelde beleidsregels vast met een bovengrens gebaseerd op vertraagde reciprociteit, waarbij niet-aangewezen aanbieders het tarief van KPN van drie jaar eerder mogen hanteren. KPN en UPC maakten bezwaar tegen de besluiten, waarna zij beroep instelden bij de rechtbank Rotterdam.
De rechtbank oordeelde dat zij bevoegd was de geschillen te behandelen en dat de beleidsregels en de gehanteerde methodiek niet onredelijk waren. UPC voerde aan dat zij niet in staat was haar kosten te dekken met het vastgestelde tarief en dat zij onvoldoende gelegenheid had gekregen om haar kostenstructuur toe te lichten. De rechtbank stelde vast dat UPC onvoldoende inzicht had gegeven in haar kosten en niet aannemelijk had gemaakt dat zij ondanks efficiënte bedrijfsvoering haar kosten niet kon dekken.
KPN betoogde dat de termijn van twee maanden die aan UPC en Priority werd gegund om hun tarieven aan te passen na bekendmaking van de KPN-tarieven onredelijk was en leidde tot financieel nadeel. De rechtbank vond deze termijn redelijk en zag geen bijzondere omstandigheden die een afwijking rechtvaardigden. De beroepen van KPN en UPC werden ongegrond verklaard, en de rechtbank wees proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: De beroepen van KPN en UPC tegen de besluiten over FTA-tarieven worden ongegrond verklaard.