ECLI:NL:RBROT:2006:AY6381
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- E. Mentink
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid eigenaar paard voor val tijdens paardrijles deels toegewezen
Eiseres raakte tijdens een paardrijles ten val nadat het paard onverwachte wilde bewegingen maakte. Zij stelde dat de instructrice onzorgvuldig handelde door haar verzoek om van het paard af te stappen te negeren, het gebruik van een zweep en onvoldoende veiligheidsmaatregelen. De rechtbank stelde vast dat eiseres wel angstig was en wilde afstappen, maar dit verzoek niet herhaalde na aanmoediging door de instructrice. Er was onvoldoende bewijs dat het gebruik van de zweep de val veroorzaakte of dat veiligheidsmaatregelen tekortschoten.
De val werd veroorzaakt door het onverwachte gedrag van het paard, waarvoor de eigenaar aansprakelijk is op grond van artikel 6:179 BW Pro. De rechtbank stelde echter ook dat eiseres vrijwillig deelnam aan de les en het risico van het onberekenbare gedrag van het paard deels voor haar rekening komt. Daarom werd de aansprakelijkheid en schadevergoeding gelijkelijk verdeeld (50/50).
Ten aanzien van de schadevergoeding werd onder meer bepaald dat de arbeidsvermogensschade nader moet worden vastgesteld in een schadestaatprocedure. Diverse kostenposten, zoals ziekenhuisopname, bezoekerskosten, vervoerskosten en rechtsbijstandskosten, werden deels toegewezen conform de schuldverdeling. De vorderingen tegen de instructrice en andere gedaagden werden afgewezen. De rechtbank stond tussentijds hoger beroep toe.
Uitkomst: De eigenaar van het paard is aansprakelijk voor de val en schade, maar de vergoeding wordt verdeeld 50/50 wegens eigen schuld van eiseres.