ECLI:NL:RBROT:2006:AY6510
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Nakoming tariefbepalingen exploitatieovereenkomsten standaardpakket radio- en televisieprogramma’s
De rechtbank Rotterdam behandelde een geschil tussen diverse gemeenten en UPC over de nakoming van tariefbepalingen in exploitatieovereenkomsten uit 1996 betreffende het standaardpakket voor radio- en televisieprogramma’s. De gemeenten vorderden onder meer dat UPC geen verhogingen boven de contractueel toegestane 2,5% per jaar zou doorvoeren en onrechtmatig in rekening gebrachte kosten zou crediteren.
UPC voerde verweren aan dat de exploitatievoorschriften nietig zouden zijn wegens strijd met artikel 7 van Pro de Grondwet en dat gewijzigde juridische en commerciële omstandigheden onvoorziene omstandigheden vormden, waardoor zij zich niet meer aan de tariefbepalingen zou hoeven te houden. De rechtbank verwierp deze verweren en oordeelde dat de contractuele afspraken bindend zijn, ook gelet op het ontbreken van dwingendrechtelijke bepalingen die dit anders bepalen.
De rechtbank stelde vast dat UPC onrechtmatig tariefsverhogingen had doorgevoerd en kosten in rekening had gebracht die niet onder de contractuele bepalingen vielen. De gemeenten kregen daarom gedeeltelijk gelijk en UPC werd veroordeeld tot creditering van het meerdere. Vorderingen tot oplegging van dwangsommen werden afgewezen vanwege eerdere kortgedingbeslissingen. De procedure werd aangehouden voor nadere bewijsvoering over kosten en tarieven. Het vonnis staat open voor tussentijds hoger beroep.
Uitkomst: UPC is verboden tarieven boven contractueel toegestane verhogingen door te voeren en moet teveel geheven bedragen crediteren.