ECLI:NL:RBROT:2006:AY6670
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- L.J. van Die
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering wegens onvoldoende onderbouwing in geschil over website en domeinnaam
Eiseres, Interlab B.V., vorderde betaling van gedaagde, Stichting Cottica, voor geleverde diensten en facturen met een totaalbedrag van €419,45. Eiseres stelde dat gedaagde niet had betaald en dat zij kosten had gemaakt voor incasso en rente. Gedaagde voerde verweer dat zij onduidelijkheid had over de vordering, dat zij een contract had opgezegd en dat eiseres de website had laten blokkeren, waardoor zij schade leed.
De kantonrechter oordeelde dat eiseres niet had voldaan aan haar substantiërings- en bewijsaandraagplicht zoals voorgeschreven in het procesrecht. Eiseres had onvoldoende gemotiveerd waarom de vordering bestond, had niet alle relevante stukken overgelegd en had het verweer van gedaagde niet adequaat weerlegd. Tevens was onduidelijk welke werkzaamheden onder de overeenkomst vielen en waarom het bedrag was verhoogd.
De rechtbank wees de vordering af en veroordeelde eiseres in de proceskosten. Een door gedaagde gesuggereerde reconventionele vordering wegens schade door blokkering van de website werd buiten beschouwing gelaten omdat deze niet tijdig was ingesteld. Het vonnis werd gewezen door mr. L.J. van Die en uitgesproken in openbare terechtzitting.
Uitkomst: De vordering van eiseres wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing en niet-naleving van procesrechtelijke verplichtingen.