ECLI:NL:RBROT:2006:AY6674
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- L.J. van Die
- Rechtspraak.nl
Nietigheid van opzeggingsbrief bij huurovereenkomst voor bepaalde tijd woonruimte
Eiser en gedaagde sloten een huurovereenkomst voor woonruimte voor de duur van één jaar. Drie maanden voor het einde van deze periode zegde eiser de overeenkomst op met een brief waarin werd verwezen naar de contractuele afspraak, zonder een wettelijke opzeggingsgrond te vermelden. Gedaagde weigerde de opzegging te accepteren en bleef in de woning.
De kantonrechter stelde vast dat volgens artikel 7:271 lid 4 en Pro artikel 7:274 lid 1 BW Pro een opzegging door de verhuurder nietig is indien deze geen van de limitatief genoemde opzeggingsgronden bevat. De brief van eiser voldeed hier niet aan, waardoor de opzegging nietig was en de huurovereenkomst stilzwijgend werd voortgezet voor onbepaalde tijd.
Gedaagde voerde aan dat hij door de beëindiging van de huurovereenkomst in zijn belangen werd getroffen, maar dit was juridisch niet relevant voor de geldigheid van de opzeggingsbrief. De kantonrechter wees de vordering van eiser af en veroordeelde hem in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering van eiser tot ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming wordt afgewezen vanwege nietigheid van de opzeggingsbrief.