ECLI:NL:RBROT:2006:AY7257
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Handhaving sluiting growshop wegens aanwezigheid en verkoop hennep in Rotterdam
Op 20 juli 2006 heeft de burgemeester van Rotterdam de algehele sluiting bevolen van een growshop gevestigd te Rotterdam voor een periode van zes maanden vanwege de aanwezigheid en verkoop van hennep, zoals bedoeld in artikel 13b van de Opiumwet. Verzoeker maakte bezwaar en vroeg om een voorlopige voorziening, maar de voorzieningenrechter oordeelde dat de sluiting rechtmatig was.
Tijdens een handhavingsactie op 16 mei 2006 werden henneptoppen, hennepresten en een weegschaal aangetroffen in de bedrijfsruimte en aangrenzende woningen, die feitelijk als één lokaal worden beschouwd. De verklaring van verzoeker dat de hennep voor eigen gebruik was, werd als ongeloofwaardig verworpen. De burgemeester baseerde zijn besluit op een politierapportage en het zienswijzengesprek.
De voorzieningenrechter overwoog dat de burgemeester bevoegd was bestuursdwang toe te passen op grond van artikel 13b Opiumwet en dat de sluiting voor zes maanden niet disproportioneel was. Het betoog van verzoeker dat het gewijzigde gedoogbeleid niet bekend was gemaakt, werd verworpen omdat er geen sprake was van gedoogbeleid in deze situatie. Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen.
De uitspraak bevestigt dat de burgemeester bestuursdwang kan toepassen bij overtreding van de Opiumwet in voor publiek toegankelijke lokalen en dat een sluiting van zes maanden in dergelijke gevallen het uitgangspunt is. De rechter achtte het handhavingsbeleid niet onredelijk of disproportioneel en wees het verzoek om voorlopige voorziening af.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de sluiting van de growshop wordt afgewezen en de sluiting van zes maanden blijft gehandhaafd.