ECLI:NL:RBROT:2006:AY7490
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Bezuijen
- Geurts-de Veld
- Koningsveld
- Rechtspraak.nl
Gevangenisstraf wegens brandstichting door aanmerkelijk onvoorzichtig gedrag met brandende aansteker
De rechtbank Rotterdam behandelde de zaak tegen verdachte H. H. wegens brandstichting. Het primair ten laste gelegde opzettelijke brandstichten kon niet wettig en overtuigend worden bewezen, waardoor verdachte daarvan werd vrijgesproken. Wel werd subsidiair bewezen verklaard dat verdachte door aanmerkelijk onvoorzichtig gedrag met een brandende aansteker brand in haar woning veroorzaakte, wat leidde tot aanzienlijke materiële schade.
De woning van verdachte brandde vrijwel geheel uit en ook de belendende percelen liepen brandschade op. Daarnaast raakte een bejaarde buurvrouw door rookontwikkeling tijdelijk in het ziekenhuis en kwam een kat van verdachte om het leven. Psychologische rapportages wezen op een borderline persoonlijkheidsstoornis met verminderde toerekeningsvatbaarheid, wat meegewogen werd bij de strafoplegging.
De rechtbank veroordeelde verdachte tot een gevangenisstraf van 6 maanden, waarvan 2 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar. Bijzondere voorwaarden omvatten verplicht reclasseringstoezicht en opname in een zorgboerderij voor ambulante psychiatrische behandeling. Tevens werd een schadevergoedingsmaatregel opgelegd van €8.697 aan de benadeelde partij, met vervangende hechtenis bij niet-betaling.
De overige vordering van de benadeelde partij werd niet-ontvankelijk verklaard en dient bij de burgerlijke rechter te worden aangebracht. De rechtbank achtte de straf passend gezien de ernst van het feit, de persoonlijke omstandigheden van verdachte en de noodzaak van behandeling.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 6 maanden gevangenisstraf, waarvan 2 maanden voorwaardelijk, met bijzondere voorwaarden en schadevergoeding van €8.697.