ECLI:NL:RBROT:2006:AY8263
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Poiesz
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak voor onnodige medische handelingen, veroordeling voor werken tijdens schorsing tandarts
De rechtbank Rotterdam sprak de tandarts vrij van de beschuldiging dat hij onnodige handelingen had verricht die schade aan de gezondheid konden veroorzaken, omdat dit niet wettig en overtuigend was bewezen. Wel werd vastgesteld dat de tandarts had gewerkt terwijl zijn inschrijving in het register was geschorst, en dat hij bij vijf patiënten extracties en injecties had verricht zonder bevoegdheid.
De tandarts verklaarde dat hij pas op 7 februari 2005 op de hoogte was gesteld van zijn schorsing, maar de rechtbank oordeelde dat hij had kunnen en moeten weten dat hij niet bevoegd was vanwege eerdere kennisgeving aan zijn advocaat en het register. De rechtbank veroordeelde hem tot een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van drie weken met een proeftijd van twee jaar, een geldboete van 250 euro voor het werken tijdens de schorsing, en tien geldboetes van 50 euro voor de overtredingen.
De straf is opgelegd om te voorkomen dat de tandarts opnieuw een uitspraak van het medisch tuchtcollege naast zich neerlegt. De rechtbank benadrukte het belang van het vertrouwen van patiënten in de bevoegdheid van zorgverleners en de ernst van het handelen tijdens de schorsing.
Uitkomst: Vrijspraak voor onnodige schadelijke handelingen, veroordeling tot voorwaardelijke gevangenisstraf en geldboetes voor werken tijdens schorsing en onbevoegde behandelingen.