ECLI:NL:RBROT:2006:AY9353
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening
- E.F.C. Francken
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen onrechtmatige verlaging bijstandsuitkering wegens niet meewerken arbeidsinschakeling
Verzoekster, een alleenstaande moeder met twee jonge kinderen, kreeg meerdere besluiten van de gemeente Spijkenisse waarbij haar bijstandsuitkering stapsgewijs werd verlaagd vanwege vermeende onvoldoende medewerking aan een arbeidsinschakelingstraject. De gemeente legde kortingen op van 20%, 40%, 60% en uiteindelijk een volledige weigering van de uitkering. Verzoekster voerde aan dat zij niet kon voldoen aan de opgelegde voorwaarden vanwege kinderopvangproblemen en vroeg om aangepaste werktijden.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de gemeenteraad van Spijkenisse de wettelijke opdracht om regels te stellen omtrent verlaging van bijstand onjuist had overgedragen aan het college van burgemeester en wethouders, terwijl de WWB dit niet toestaat. Hierdoor ontbraken de noodzakelijke algemeen verbindende voorschriften en was de juridische grondslag voor de maatregelen niet geldig.
Gezien het ontbreken van een geldige wettelijke basis achtte de voorzieningenrechter het aannemelijk dat de bestreden besluiten in bezwaar niet in stand zullen blijven. Daarom werden de besluiten geschorst tot zes weken na de beslissing op bezwaar. Tevens werd de gemeente veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten van verzoekster.
De uitspraak benadrukt het belang van correcte regelgeving door de gemeenteraad en een zorgvuldige toetsing van de bevoegdheid tot het opleggen van sancties, met inachtneming van persoonlijke omstandigheden zoals kinderopvang.
Uitkomst: De verlaging van de bijstandsuitkering wordt geschorst wegens het ontbreken van een geldige juridische grondslag.