ECLI:NL:RBROT:2006:AY9646
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- L.J. van Die
- Rechtspraak.nl
Berekening pensioengevend salaris voor ouderdomspensioen rekening houdend met franchise
In deze zaak staat centraal de wijze waarop het pensioengevend salaris voor het ouderdomspensioen moet worden berekend, met inachtneming van de franchise. Eisers stelden dat eerst het pensioengevend jaarsalaris berekend moet worden, waarna de franchise wordt afgetrokken en vervolgens rekening wordt gehouden met de duur van de arbeidsovereenkomst binnen het jaar. Gedaagde betwistte deze methode.
De kantonrechter stelde vast dat het pensioenreglement vereist dat, indien het pensioengevend jaarsalaris op basis van het salaris per 1 januari hoger is dan het jaarsalaris op basis van de werkelijke salarisbetalingen, het pensioengevend jaarsalaris op de werkelijke salarisbetalingen moet worden gebaseerd. Eisers hadden deze bepaling onvoldoende in acht genomen.
De rechtbank oordeelde dat het jaarsalaris moet worden omgerekend op basis van het werkelijk genoten salaris, waarbij een gemiddeld maandsalaris wordt berekend dat vervolgens wordt vermenigvuldigd met twaalf maanden. De franchise wordt daarna in mindering gebracht. Op grond hiervan was de pensioenpremie die aan gedaagde in rekening was gebracht te hoog en diende te worden gecorrigeerd.
De vordering van eiser sub 1 werd afgewezen wegens een te hoge berekening, terwijl de vorderingen van eisers 2, 3 en 4 werden toegewezen. De kosten van de procedure werden gecompenseerd en ieder draagt zijn eigen kosten. Het vonnis werd uitgesproken door kantonrechter L.J. van Die.
Uitkomst: De vordering van eiser sub 1 wordt afgewezen; gedaagde moet aan eisers 2, 3 en 4 betalen en de kosten worden gecompenseerd.