ECLI:NL:RBROT:2006:AY9672
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Revindicatie van perceel grond wegens ontbreken bezit en extinctieve verjaring
De zaak betreft een geschil over de eigendom van een perceel grond dat door gedaagden in gebruik is genomen. Gedaagden stelden dat zij het perceel door extinctieve verjaring hadden verkregen, maar de rechtbank oordeelde dat zij niet als bezitters konden worden aangemerkt volgens artikel 3:108 BW Pro.
De feiten tonen dat gedaagden het perceel gebruikten met toestemming van een vorige eigenaar en dat zij pas vanaf 2001 wijzigingen aan het perceel aanbracht. De rechtbank stelde dat deze feiten onvoldoende zijn om bezit aan te nemen en dat de termijn van 20 jaar voor bevrijdende verjaring nog niet was voltooid. Ook was gedaagden bekend dat zij slechts houders waren en niet eigenaren, waardoor goede trouw ontbrak.
De rechtbank veroordeelde gedaagden tot ontruiming van het perceel binnen veertien dagen en wees de vordering van De Vries toe. Gedaagden werden veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot ontruiming toe omdat gedaagden geen bezit hebben verkregen en extinctieve verjaring niet is voltooid.