ECLI:NL:RBROT:2006:AZ1047
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- W.F. Lubberink
- Rechtspraak.nl
Ontbinding huurovereenkomst wegens hennepkwekerij in gehuurde woning
In deze zaak staat vast dat in de door gedaagde gehuurde woning een hennepkwekerij is aangetroffen, waarbij onvakkundige aanpassingen aan de elektriciteitsvoorziening zijn gedaan. Gedaagde is tekortgeschoten in haar verplichting de woning als woonruimte te gebruiken en zich als goed huurder te gedragen, wat een wanprestatie oplevert jegens de woningcorporatie.
De kantonrechter overweegt dat de installatie van de hennepkwekerij door een klusjesman zonder medeweten van gedaagde niet afdoet aan de wanprestatie, maar wel relevant is voor de vraag of ontbinding van de huurovereenkomst gerechtvaardigd is. Gedaagde krijgt daarom de gelegenheid bewijs te leveren dat zij er redelijkerwijs niet op bedacht hoefde te zijn dat de klusjesman de kwekerij installeerde.
De belangen van de verhuurder bij ontbinding wegen zwaarder dan de door gedaagde aangevoerde persoonlijke omstandigheden, zoals de impact op haar pleegdochter en dochters. Echter, indien gedaagde kan aantonen dat zij niet verantwoordelijk is voor de kwekerij, kan ontbinding mogelijk niet gerechtvaardigd zijn.
De kantonrechter bepaalt dat getuigen zullen worden gehoord om deze feiten te bewijzen en houdt verdere beslissing aan tot na dit bewijsverhoor.
Uitkomst: Ontbinding huurovereenkomst wordt aangehouden tot bewijs is geleverd dat gedaagde niet op de hoogte was van de hennepkwekerij.