ECLI:NL:RBROT:2006:AZ1117
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.C.W.M. Dekkers
- Rechtspraak.nl
Betaling onbetaalde vrachtfacturen en verjaring van schadevordering bij internationaal transport
De zaak betreft een vordering van een transportbedrijf tegen een scheepvaartmaatschappij voor betaling van onbetaalde vrachtfacturen over transporten in oktober tot december 2004. De gedaagde stelde dat de vordering verjaard was en bracht een tegenvordering in voor schade door het verlies van een lading suiker die niet op de afgesproken plaats werd afgeleverd.
De kantonrechter oordeelde dat de verjaringstermijn voor de vrachtpenningen nog niet was verstreken bij dagvaarding, omdat de verjaring pas na drie maanden na het sluiten van de overeenkomst begint te lopen en er bovendien een schriftelijke aanmaning was verzonden die de verjaring stuitte. De schadevordering van de scheepvaartmaatschappij werd echter afgewezen omdat deze meer dan een jaar na het verlies was ingediend, waardoor deze vordering verjaard was volgens het CMR-verdrag.
De kantonrechter wees het beroep op verrekening af omdat een verjaarde vordering niet als exceptie of tegenvordering kan worden ingediend. De transportmaatschappij werd veroordeeld tot betaling van € 3.838,36 plus rente en kosten, terwijl de schadevordering van de scheepvaartmaatschappij werd afgewezen. Beide partijen werden in de proceskosten veroordeeld, waarbij de scheepvaartmaatschappij de kosten van de procedure moest dragen.
Uitkomst: De kantonrechter wijst de vordering van Hurkmans toe en wijst de schadevordering van Husson Huijsman af wegens verjaring.