ECLI:NL:RBROT:2006:AZ2161

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
8 november 2006
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
744840
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • L.J. van Die
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering incasso-organisatie wegens reeds voldane declaratie fysiotherapeut

In deze zaak vordert een incasso-organisatie betaling van een declaratie van een fysiotherapeut die zij op grond van een factor-overeenkomst van de fysiotherapeut heeft overgenomen. De incasso-organisatie stelt eigenaar te zijn van de declaratie en derhalve gerechtigd tot incasso bij de gedaagde.

De gedaagde voert verweer dat de declaratie reeds door zijn ziektekostenverzekeraar rechtstreeks aan de fysiotherapeut is voldaan, zodat dubbele betaling niet aan de orde is. De rechtbank stelt vast dat de declaratie inderdaad door de verzekeraar aan de fysiotherapeut is betaald en dat de incasso-organisatie de nota ten onrechte heeft aangemeld.

De rechtbank oordeelt dat de incasso-organisatie geen vorderingsrecht tegen de gedaagde kan ontlenen aan de factor-overeenkomst indien de vordering reeds is voldaan. De vordering wordt daarom afgewezen en de incasso-organisatie wordt veroordeeld tot betaling van de proceskosten aan de zijde van de gedaagde.

Uitkomst: De vordering van de incasso-organisatie wordt afgewezen omdat de declaratie reeds door de verzekeraar aan de fysiotherapeut is voldaan.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM
sector kanton
VONNIS inzake:
De besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
Fa-med B.V. ,
gevestigd te Amersfoort, domicilie kiezend te Rotterdam aan de Westersingel 86 op het kantoor van gerechtsdeurwaarder R. A. M. Vismans;
eiseres bij exploot van dagvaarding van 26 juli 2006;
tegen
[gedaagde],
wonende te [woonplaats]
gedaagde bij gemeld exploot;
in persoon verschenen.
1. HET VERLOOP VAN DE PROCEDURE:
Eiseres heeft gevorderd bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, gedaagde te veroordelen tegen bewijs van kwijting aan eiseres te betalen € 81,39 te vermeerderen met de wettelijke rente over € 42,50 vanaf 20 juli 2006 tot de dag der algehele voldoening en met veroordeling van gedaagde in de kosten van het geding.
Gedaagde heeft van antwoord geconcludeerd tot afwijzing van de vordering.
De kantonrechter heeft in een op 13 september 2006 gewezen tussenvonnis een comparitie van partijen gelast, die heeft plaatsgevonden op 16 oktober 2006 in aanwezigheid van R.Hankari en K el Yaacoubi namens eiseres en gedaagde in persoon. . Van de comparitie van partijen en de voortgezette comparitie van partijen is proces-verbaal opgemaakt dat aan beide partijen is toegezonden.
De kantonrechter heeft de datum van de uitspraak van het vonnis bepaald op heden.
2. DE VASTSTAANDE FEITEN:
De aan het geschil ten grondslag liggende feiten kunnen, voor zover erkend dan wel niet of onvoldoende weersproken, alsook voor zover blijkende uit de overgelegde en in zoverre niet betwiste producties, voor zover thans van belang, als volgt worden samengevat.
2.1. Gedaagde heeft zich gedurende enige tijd laten behandelen bij [fysiotherapie E.].
2.2. De behandelingen werden door [fysiotherapie E.] gedeclareerd bij en betaald door de ziektekostenverzekeraar van gedaagde.
2.3. [fysiotherapie E.] heeft de op 13 mei 2005 verrichtte behandeling gedeclareerd bij de ziektekostenverzekeraar van gedaagde en de verzekeraar heeft de declaratie aan [fysiotherapie E.] voldaan.
2.4. [fysiotherapie E.] heeft dezelfde declaratie tevens toegezonden aan eiseres. [fysiotherapie E.] en eiseres zijn een zogenaamde factor-overeenkomst aangegaan, waardoor eiseres eigenaar is geworden van de door [fysiotherapie E.] aan haar toegezonden declaraties.
2.5. [fysiotherapie E.] is in staat van faillissement verklaard.
3. HET GESCHIL EN DE STELLINGEN VAN PARTIJEN:
3.1 Eiseres heeft, naast de hiervoor beschreven vaststaande feiten en voor zover thans van belang, het volgende aan haar vordering ten grondslag gelegd.
Omdat eiseres eigenaar is geworden van de vordering is zij gerechtigd deze bij gedaagde te incasseren. Dat de verzekeraar van gedaagde de declaratie reeds heeft voldaan aan [fysiotherapie E.], doet niet af aan het eigendomsrecht van de declaratie en het daaruit voortvloeiende recht om de declaratie te incasseren.
3.2 Gedaagde heeft tegen de vordering van eiseres gemotiveerd verweer gevoerd.
Alle behandelingen zijn rechtstreeks door de verzekeraar aan [fysiotherapie E.] voldaan. Het is onjuist dat deze nota op die manier twee keer zou moeten worden betaald. Gedaagde stelt direct met eiseres gebeld te hebben toen zij de nota ontving om de situatie uit te leggen.
3.3. Voor de verdere stellingen van partijen wordt verwezen naar de gewisselde processtukken, die als hier herhaald en ingelast worden beschouwd en voor zover nodig zullen die stellingen worden besproken in het kader van de beoordeling van de vordering.
4. DE BEOORDELING VAN DE VORDERING:
4.1. Nu vast is komen te staan dat de behandelaar van gedaagde de nota voor de behandeling op 13 mei 2005 ad €42,50 heeft gedeclareerd bij de verzekeraar van gedaagde en nu tevens vaststaat dat deze verzekeraar de declaratie heeft betaald aan de behandelaar is de conclusie dat de behandelaar de nota ten onrechte heeft aangemeld bij eiseres onontkoombaar. Door betaling van de nota aan de behandelaar is gedaagde in elk geval niet in verzuim en kan van haar geen betaling meer worden verlangd.
4.2. De kantonrechter heeft geen kennis kunnen nemen van de factor overeenkomst die eiseres en de behandelaar hebben gesloten. Indien als juist moet worden aangenomen dat eiseres eigenaar wordt van een declaratie zodra deze door de behandelaar bij haar wordt aangemeld, kan dit evenwel niet betekenen dat daarmee een vorderingsrecht tegen gedaagde kan ontstaan, wanneer de vordering reeds is voldaan. Wanneer een vordering, al dan niet bewust, maar ten onrechte aan eiseres wordt overgedragen is het haar verantwoordelijkheid om voor dit soort situaties in haar overeenkomst afspraken te maken met de behandelaar. Het gaat niet aan om gedaagde in rechte te betrekken, nu eiseres kennis draagt van het feit dat gedaagde reeds bevrijdend heeft betaald.
4.3. De vordering van eiseres wordt afgewezen.
4.4. Als de in het ongelijk gestelde partij wordt eiseres belast met de proceskosten die gedaagde redelijkerwijs heeft moeten maken. Deze kosten, die bestaan uit reis- en verletkosten worden naar redelijkheid en billijkheid begroot op € 50,--
5. DE BESLISSING:
de kantonrechter
Wijst de vordering af;
veroordeelt eiseres tot betaling van de proceskosten aan de zijde van gedaagde tot op heden bepaald op € 50,-- ;
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door de kantonrechter mr. L.J. van Die en uitgesproken ter openbare terechtzitting in tegenwoordigheid van de griffier.