ECLI:NL:RBROT:2006:AZ3043
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- De Groot
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verbod gebruik achternaam moeder door minderjarige kinderen
Partijen zijn gescheiden en hebben drie minderjarige kinderen die bij de moeder wonen. De kinderen dragen bij geboorte de geslachtsnaam van de vader, maar gebruiken in het dagelijks leven de achternaam van de moeder sinds kort na de echtscheiding. De vader vordert in kort geding dat de moeder wordt verboden de kinderen onder de achternaam van de moeder te laten leven en dat de officiële registratie wordt aangepast.
De rechtbank stelt vast dat de vader al sinds het schooljaar 2002-2003 op de hoogte is van het gebruik van de achternaam van de moeder door de kinderen en dit heeft gedoogd. De kinderen en moeder hebben een belang bij het voortzetten van het gebruik van de achternaam van de moeder, mede vanwege de moeizame relatie met de vader en het psychologisch welzijn.
De rechtbank oordeelt dat het recht op het voeren van de geslachtsnaam primair bij het kind ligt en dat de vader geen wettelijk recht heeft om het gebruik van de achternaam van de moeder te verbieden. Gezien de langdurige situatie en belangenafweging wordt de vordering van de vader afgewezen en wordt hij veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering van de vader om de moeder te verbieden de kinderen de achternaam van de moeder te laten gebruiken wordt afgewezen.