ECLI:NL:RBROT:2006:AZ4952
Rechtbank Rotterdam
- Raadkamer
- De Boer
- Van Belzen
- Van de Kar
- Rechtspraak.nl
Toekenning schadevergoeding voor ten onrechte ondergane voorlopige hechtenis aan verdachte Hofstadgroep
Rachid B., verdachte in de Hofstadgroep-zaak, werd op 10 maart 2006 vrijgesproken van alle tenlasteleggingen. Hij verzocht de rechtbank om vergoeding van de schade die hij heeft geleden door zijn ten onrechte ondergane voorlopige hechtenis en inverzekeringstelling. De rechtbank behandelde het verzoek op 10 oktober 2006 en overwoog dat alleen schade direct verband houdend met de hechtenis voor vergoeding in aanmerking komt.
De rechtbank erkende dat de voorlopige hechtenis en inverzekeringstelling voor een verdachte van een ernstig en publiek bekend misdrijf extra ingrijpend zijn, waardoor een hogere vergoeding dan het standaardbedrag gerechtvaardigd is. Zij kende daarom een vergoeding toe van €250 per dag voor inverzekeringstelling en beperkingen en €200 per dag voor voorlopige hechtenis, wat resulteerde in een bruto bedrag van €85.750. Vanwege de proceshouding van verzoeker, die deels aan zichzelf te wijten was, werd dit bedrag met 25% gematigd tot €64.312,50.
Daarnaast werd een vergoeding van €10.055,50 toegekend voor gederfde inkomsten, na aftrek van bespaarde kosten van levensonderhoud. Verzoek tot vergoeding van toekomstig inkomensverlies werd afgewezen omdat dit niet direct verband hield met de hechtenis. De totale toegekende schadevergoeding bedroeg €74.368. De rechtbank wees het overige verzoek af en motiveerde haar beslissing uitvoerig aan de hand van de feiten en het toepasselijke recht.
Uitkomst: De rechtbank kent een schadevergoeding van €74.368 toe voor ten onrechte ondergane voorlopige hechtenis en gederfde inkomsten.