ECLI:NL:RBROT:2006:AZ4955
Rechtbank Rotterdam
- Raadkamer
- De Boer
- Van Belzen
- Van de Kar
- Rechtspraak.nl
Beschikking op verzoek tot schadevergoeding na vrijspraak in Hofstadgroep-zaak
Zakaria T. werd verdacht van deelname aan de terroristische Hofstadgroep en zat 470 nachten in verzekering en voorlopige hechtenis. Na zijn vrijspraak verzocht hij om schadevergoeding voor de immateriële en materiële schade door de ten onrechte ondergane hechtenis.
De rechtbank oordeelde dat alleen schade direct verband houdend met de hechtenis in aanmerking komt voor vergoeding, niet de schade door de vervolging zelf en publieke aandacht. Wel werd erkend dat de hechtenis en publieke bekendheid de immateriële schade verhoogden, wat aanleiding gaf tot een hogere vergoeding dan het forfaitaire tarief.
De rechtbank matigde de vergoeding echter met 75% vanwege de proceshouding van verzoeker, die zich steeds op zijn zwijgrecht beriep en daardoor mede verantwoordelijk was voor de duur van de hechtenis. Uiteindelijk werd een bedrag van €24.137,50 toegekend. Het verzoek tot een hoger bedrag werd afgewezen.
Uitkomst: Rechtbank kent verdachte een schadevergoeding toe van €24.137,50 wegens ten onrechte ondergane voorlopige hechtenis.