ECLI:NL:RBROT:2006:AZ5235
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- W.F. Lubberink
- Rechtspraak.nl
Toepassing sociaal plan en vergoeding bij vervallen functie door reorganisatie
Eiser was werkzaam als Global Account Manager Shell bij gedaagde en kreeg te horen dat zijn functie per eind maart 2005 zou vervallen vanwege een reorganisatie. Gedaagde stelde dat het sociaal plan niet van toepassing was omdat eiser zelf de arbeidsovereenkomst had opgezegd. Eiser ontving het sociaal plan en meende recht te hebben op een vergoeding conform dit plan.
De rechtbank oordeelde dat de brief van 24 december 2004 en het toezenden van het sociaal plan door gedaagde aan eiser als een aanzegging moesten worden gezien dat eiser boventallig was verklaard. Hierdoor was het sociaal plan van toepassing op de situatie van eiser. Hoewel eiser zelf de arbeidsovereenkomst opzegde, gaf artikel 2.1 van het sociaal plan recht op een vergoeding van de helft van het maandsalaris over de resterende opzegtermijn, naast de schadeloosstelling uit artikel 3.1.
De rechtbank stelde vast dat gedaagde onvoldoende had geïnformeerd over de vooruitzichten op een passende functie, wat mede leidde tot het vertrek van eiser. De vordering van eiser werd toegewezen, waarbij de schadeloosstelling werd berekend volgens de neutrale kantonrechtersformule en vastgesteld op €125.050,22 bruto, vermeerderd met wettelijke rente en proceskosten.
Uitkomst: De werknemer heeft recht op een bruto vergoeding van €125.050,22 volgens het sociaal plan, ondanks eigen opzegging.