ECLI:NL:RBROT:2006:AZ5363
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Van der Grinten
- Ahsmann
- Van Nifterick
- Rechtspraak.nl
Beslissing wrakingsverzoek rechter-plaatsvervanger rechtbank Rotterdam
In deze wrakingszaak bij de rechtbank Rotterdam werd het verzoek tot wraking van een rechter-plaatsvervanger behandeld. Verzoeker stelde dat de rechter zich partijdig had gedragen door onder meer zijn naam niet te willen geven en het proces-verbaal onjuist op te maken.
De wrakingskamer nam kennis van het proces-verbaal, de schriftelijke onderbouwing en de mondelinge toelichting van verzoeker. De rechter had geweigerd zijn naam te noemen tijdens de zitting, wat volgens de kamer een ernstige aanwijzing was voor het bestaan van een objectieve schijn van partijdigheid.
De kamer overwoog dat rechters verplicht zijn hun naam te verstrekken om het vertrouwen in de rechterlijke onafhankelijkheid te waarborgen en dat het niet verstrekken van de naam het wrakingsrecht van partijen ondermijnt. Andere aangevoerde gronden konden onbesproken blijven.
De wrakingskamer besloot het wrakingsverzoek gegrond te verklaren en de rechter niet langer in deze zaak te laten optreden. De beslissing werd genomen door drie rechters en uitgesproken in een openbare terechtzitting.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter-plaatsvervanger wordt toegewezen wegens objectieve partijdigheid.