ECLI:NL:RBROT:2006:AZ6102
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Betalingsovereenkomst kinderopvang en gevolgen ontbinding en onvoorziene omstandigheden
De rechtbank Rotterdam behandelde een civiele zaak tussen Kinderopvang BijDeHand B.V. (BDH) en een particuliere gedaagde over betaling van kinderopvangdiensten. BDH vorderde betaling van openstaande facturen en rente over de periode januari tot oktober 2005. Gedaagde betwistte de vordering en stelde onder meer dat BDH misbruik maakte van procesbevoegdheid, onvoorziene omstandigheden golden en dat BDH naliet schade te beperken.
De rechtbank oordeelde dat BDH voldoende belang had bij haar vordering en geen misbruik van procesbevoegdheid maakte. De omstandigheid dat gedaagde niet tijdig subsidies ontving, werd niet als onvoorziene omstandigheid erkend die de overeenkomst zou wijzigen. Tevens was sprake van ontbinding van de overeenkomst per 1 september 2005, waardoor geen recht op betaling over een opzegtermijn bestond.
Na verrekening van ontvangen subsidies werd de hoofdsom verminderd tot € 5.122,67. De gevorderde buitengerechtelijke kosten werden afgewezen omdat de hoofdsom inmiddels was voldaan. De proceskosten werden gecompenseerd, zodat iedere partij haar eigen kosten draagt. De rechtbank veroordeelde gedaagde tot betaling van wettelijke rente over het resterende bedrag tot de data van ontvangst van subsidies.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van wettelijke rente over een verminderd bedrag en proceskosten worden gecompenseerd.