ECLI:NL:RBROT:2006:AZ6110
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige daad door openbaarmaking onjuiste klacht tegen leerkracht
De zaak betreft een vordering van een leerkracht tegen ouders die een klacht indienden bij de Landelijke Klachtencommissie (LKC) met ernstige beschuldigingen van grensoverschrijdend gedrag, welke klacht later werd ingetrokken wegens onvoldoende onderbouwing. De leerkracht werd op non-actief gesteld en ondervond psychische schade door de aantasting van zijn eer en goede naam.
De rechtbank oordeelde dat het indienen van een klacht op zich niet onrechtmatig is, ook als bewijs ontbreekt, om de werking van het klachtenstelsel niet te ondermijnen. Wel is het onrechtmatig om een klacht in te dienen waarvan men weet dat de feiten niet hebben plaatsgevonden of om de klacht voortijdig openbaar te maken zonder onderzoek.
In deze zaak was onvoldoende gebleken dat de ouders wisten dat de klacht onjuist was bij indiening, maar het openbaar maken van de klacht door een van de ouders aan derden werd onrechtmatig geoordeeld. Dit leidde tot reputatieschade en psychisch leed bij de leerkracht. De rechtbank kende smartengeld toe van € 2.000 en veroordeelde de betreffende ouder tot betaling daarvan en in de proceskosten.
De rechtbank wees de overige vorderingen af, waaronder een verklaring voor recht en vergoeding van buitengerechtelijke kosten, omdat deze onvoldoende waren gemotiveerd of geen meerwaarde boden. De leerkracht hervatte zijn werkzaamheden volledig na de periode van non-activiteit.
Uitkomst: Ouder veroordeeld tot betaling van € 2.000 smartengeld wegens onrechtmatige openbaarmaking van klacht en proceskosten.