ECLI:NL:RBROT:2006:AZ6217
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- E. Mentink
- Rechtspraak.nl
Vordering bank tot terugbetaling onverschuldigde betaling na frauduleuze overboeking
In deze civiele zaak vordert ABN AMRO terugbetaling van een bedrag van €16.380,- dat frauduleus op de rekening van gedaagde is bijgeschreven. De klant van ABN AMRO werd slachtoffer van een frauduleuze telefonische overboeking zonder haar toestemming. De klant heeft het bedrag aan ABN AMRO betaald en haar vordering op gedaagde aan de bank gecedeerd.
Gedaagde betwist de vordering en stelt dat zij slachtoffer is van een misdrijf waarbij haar bankpas werd gestolen en dat ABN AMRO tekort is geschoten in haar zorgplicht door een spoedopdracht zonder juiste controle uit te voeren. De rechtbank kwalificeert het primaire verweer van gedaagde als een beroep op overmacht en verwijst partijen voor nadere aktewisseling.
De rechtbank overweegt dat onverschuldigde betaling aan gedaagde heeft plaatsgevonden en dat gedaagde als ontvanger gehouden is het bedrag terug te betalen, tenzij overmacht wordt bewezen. Het beroep op zorgplichtschending door ABN AMRO wordt verworpen omdat dit niet afdoet aan de terugbetalingsplicht. De rechtbank wijst de vordering toe met rente en incassokosten, tenzij gedaagde overmacht kan aantonen.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot terugbetaling van €16.380,- toe, met rente en incassokosten, tenzij overmacht wordt aangetoond.