ECLI:NL:RBROT:2006:AZ6223
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige inbreuk op eigendomsrecht door wegverlegging en schade door strooizout
Eiseres vordert vergoeding van schade en verbod op strooien van zout na reconstructie van de Noldijk in 1994/1995 waarbij de weg deels op haar terrein is komen te liggen. De rechtbank acht bewezen dat de weg met 27 tot 79 centimeter op haar grond is verlegd, zonder overleg of onteigening, wat een onrechtmatige inbreuk op haar eigendomsrecht vormt.
Het Waterschap beroept zich op artikel 14 Wegenwet Pro en maatschappelijk belang, maar de rechtbank oordeelt dat deze geen rechtvaardigingsgrond vormen voor de inbreuk. Wel erkent de rechtbank het zwaarwegende belang van verkeersveiligheid en bereikbaarheid, waardoor herstelvorderingen worden afgewezen.
Daarnaast is vastgesteld dat het strooien van zout vanaf de verlegde weg onzorgvuldig is gebeurd en heeft geleid tot schade aan de heg van eiseres. Er is een causaal verband tussen het strooien en de schade, en het Waterschap mag tegenbewijs leveren, onder meer door deskundigenonderzoek.
De rechtbank beveelt een comparitie om schikking en overleg over deskundigenonderzoek te bevorderen. Eiseres dient een specificatie van de schade aan de heg over de jaren te overleggen. De procedure wordt aangehouden voor verdere beslissing.
De uitspraak bevestigt het eigendomsrecht van eiseres en het recht op schadevergoeding, maar houdt rekening met het maatschappelijk belang van het Waterschap.
Uitkomst: Het Waterschap handelde onrechtmatig door de weg op eigendom van eiseres te verleggen en onzorgvuldig zout te strooien, waardoor schade ontstond; herstelvorderingen worden afgewezen, maar schadevergoeding wordt toegewezen.