ECLI:NL:RBROT:2006:AZ6489
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- De Groot
- Rechtspraak.nl
Gerechtelijke vaststelling vaderschap ondanks afwijkend Antilliaans recht
Verzoeker diende een verzoek in tot gerechtelijke vaststelling van het vaderschap van een overleden man, waarvan hij beweerde de biologische zoon te zijn. Het Nederlands-Antilliaans recht kent deze procedure niet, wat tot niet-ontvankelijkheid zou leiden indien uitsluitend dat recht werd toegepast.
De rechtbank oordeelde echter dat het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM), met name artikel 8 juncto Pro artikel 14, het kind het recht geeft op vestiging van familierechtelijke betrekkingen met zijn biologische vader. Deze verdragsbepaling prevaleert boven het Antilliaanse recht.
Op basis van een deskundigenrapport van het Nederlands Forensisch Instituut en de verklaring van de moeder werd vastgesteld dat de man de biologische vader van verzoeker is. De rechtbank stelde het vaderschap gerechtelijk vast met terugwerkende kracht tot de geboorte, waardoor verzoeker gelijk wordt behandeld aan de uit het huwelijk geboren kinderen van de man.
De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en de griffier is opgedragen een afschrift te zenden aan de burgerlijke stand van ’s-Gravenhage.
Uitkomst: De rechtbank stelt het vaderschap van de overleden man jegens verzoeker vast met terugwerkende kracht tot de geboorte.