ECLI:NL:RBROT:2006:AZ7230
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen intrekking gebruiksrecht middengolffrequenties
Verzoekster kreeg in 2003 een vergunning voor gebruik van middengolffrequenties voor commerciële radio-omroep. Verweerder constateerde dat meerdere frequenties niet of nauwelijks werden gebruikt en kondigde bestuursrechtelijke sancties aan met een begunstigingstermijn. Na onderzoek trok verweerder in 2006 het gebruiksrecht op vier frequenties met onmiddellijke ingang in. Verzoekster maakte bezwaar en vroeg de voorzieningenrechter om schorsing van het besluit.
De voorzieningenrechter overwoog dat verzoekster onvoldoende initiatief had genomen om problemen bij ingebruikneming, zoals geschillen over tarieven met zenderoperatoren, op te lossen. Het enkele sporadisch gebruik van frequenties en het uitzenden van niet-commerciële geluiden zoals vogelgeluiden kwalificeerden niet als daadwerkelijke ingebruikneming. Verweerder had bovendien toegezegd geen verdelingsprocedure te starten voordat op het bezwaar was beslist, waardoor geen onomkeerbare gevolgen ontstonden.
Verder was het spoedeisend belang onvoldoende onderbouwd, mede gelet op de lange periode waarin weinig tot geen uitzendingen plaatsvonden. Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. De voorzieningenrechter sprak geen proceskosten toe.
De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter J.H. de Wildt van de Rechtbank Rotterdam op 19 september 2006.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de intrekking van het gebruiksrecht op middengolffrequenties wordt afgewezen.