ECLI:NL:RBROT:2006:AZ7859
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Mul
- Rechtspraak.nl
Geldigheid dagvaarding en strafbaarheid niet voldoen aan ambtelijk bevel bij demonstratie
In deze strafzaak stond de geldigheid van de dagvaarding centraal, met name omdat de verdachte als N.N. (naam onbekend) was gedagvaard en de dagvaarding was uitgereikt door een politiesecretaris. De rechtbank oordeelde dat de dagvaarding geldig was, aangezien deze was uitgebracht door een bevoegd gemandateerde politiesecretaris en de identiteit van de verdachte voldoende kon worden vastgesteld ondanks de anonimiteit.
De tenlastelegging betrof onder meer vernieling doordat de brandweer een hek moest beschadigen om demonstranten los te krijgen. De rechtbank sprak de verdachte vrij van deze vernieling omdat het handelen van de brandweer niet wederrechtelijk was en dus niet aan de verdachte kon worden toegerekend. Wel werd bewezen verklaard dat de verdachte op 6 oktober 2006 in Rotterdam samen met anderen opzettelijk niet had voldaan aan een ambtelijk gegeven bevel zich te verwijderen van een aangewezen plaats, wat strafbaar is.
De rechtbank erkende de motivatie van de verdachte en medeverdachten, die handelden uit overtuiging en zonder eigenbelang, maar benadrukte dat dit de strafbaarheid van hun handelen niet wegneemt. De verdachte werd veroordeeld tot een geldboete van 100 euro, te vervangen door 2 dagen hechtenis bij niet-betaling. De uitspraak bevestigt het belang van correcte dagvaardingsprocedures en de grenzen van strafbaarheid bij demonstraties.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van vernieling en veroordeeld tot een geldboete van 100 euro voor het opzettelijk niet voldoen aan een ambtelijk bevel.