ECLI:NL:RBROT:2007:839
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling eerstejaarsherbeoordelingsbesluit WAO-uitkering en procedurele aspecten
Eiser maakte bezwaar tegen het uitblijven van een besluit over de eerstejaarsherbeoordeling van zijn WAO-uitkering. Na eerdere procedures en vernietiging van een besluit, stelde verweerder bij het bestreden besluit dat het besluit van 26 juli 2002 het eerstejaarsherbeoordelingsbesluit is. Eiser betwistte dit en stelde dat dit besluit niet het eerstejaarsherbeoordelingsbesluit betrof.
De rechtbank onderzocht het dossier, waaronder medische en arbeidsdeskundige rapportages, en concludeerde dat het besluit van 26 juli 2002 inderdaad het eerstejaarsherbeoordelingsbesluit is. De rechtbank wees erop dat eiser geen bezwaar had gemaakt tegen dit besluit, waardoor het onherroepelijk is geworden.
Hoewel het besluit niet binnen de wettelijk voorgeschreven termijn van één jaar na toekenning van de WAO-uitkering was genomen, kon de rechtbank dit niet meer beoordelen omdat dit in de bezwaarprocedure aan de orde had moeten komen. Het beroep van eiser werd daarom ongegrond verklaard.
De rechtbank zag geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten en wees erop dat hoger beroep mogelijk is bij de Centrale Raad van Beroep binnen zes weken na verzending van het afschrift van deze uitspraak.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard omdat het eerstejaarsherbeoordelingsbesluit van 26 juli 2002 onherroepelijk is.