ECLI:NL:RBROT:2007:AZ6550
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering wegens onvoldoende onderbouwing schade wateroverlast Hoogheemraadschap
Eiser vordert schadevergoeding van het Hoogheemraadschap wegens wateroverlast veroorzaakt door onvoldoende beheer van waterstanden tijdens hevige regenval. De zorgplicht van het Hoogheemraadschap, zoals neergelegd in artikel 16 lid 1 van Pro de Wet op de waterhuishouding, staat centraal. Eiser moet aantonen dat het Hoogheemraadschap tekort is geschoten in de zorgvuldigheid die van een goed beheerder mag worden verwacht.
De rechtbank constateert dat eiser onvoldoende concreet heeft gemaakt waar en wanneer de schade is opgetreden, welke specifieke tekortkomingen het Hoogheemraadschap heeft begaan, en welk causaal verband bestaat tussen het handelen van het Hoogheemraadschap en de schade. Eiser heeft ook geen deugdelijk bewijs geleverd, ondanks meerdere mogelijkheden om dit te doen, zoals het overleggen van een TNO-rapport en het specificeren van getuigenverklaringen.
Daarnaast heeft eiser tegenstrijdige verklaringen gegeven over het TNO-onderzoek en onvoldoende onderbouwd dat het Hoogheemraadschap verplicht was tot extra maatregelen zoals voorbemalen of het inzetten van pompcapaciteit. De rechtbank acht het niet aannemelijk dat het Hoogheemraadschap onzorgvuldig heeft gehandeld gezien de uitzonderlijke neerslagsituatie.
De vordering wordt daarom afgewezen en eiser wordt veroordeeld in de proceskosten. De rechtbank ziet geen aanleiding om af te wijken van het liquidatietarief ondanks de kritiek op de procesvoering van eiser.
Uitkomst: Vordering afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing van onrechtmatige daad en schade; eiser veroordeeld in proceskosten.