ECLI:NL:RBROT:2007:AZ8543
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling geldleningsovereenkomst en toepasselijkheid Wet consumentenkrediet zonder vergunning
De rechtbank Rotterdam behandelde een geschil over een geldlening van 50.000 gulden tussen eiser en gedaagden. Gedaagden stelden dat de lening bedrijfsmatig was verstrekt door eiser zonder vergunning, waardoor de overeenkomst nietig zou zijn volgens de Wet op het consumentenkrediet (WCK). Eiser betwistte dit en stelde dat hij als particulier zijn spaargeld uitleende.
De rechtbank oordeelde dat nog onvoldoende zekerheid bestond over het bedrijfsmatige karakter van de lening en liet gedaagden toe tot bewijslevering hierover. Tevens werd vooruitlopend op bewijs de boeterente en de hoogte van de vordering beoordeeld. Er was onduidelijkheid over de aflossing van de lening en de bestemming van een ingehouden bedrag van 1.500 gulden, waarvoor ook bewijsopdrachten werden gegeven.
Verder werd vastgesteld dat de WCK niet van toepassing is indien de lening niet bedrijfsmatig is verstrekt. De rechtbank wees het beroep op gedeeltelijke nietigheid af zolang het bewijs niet was geleverd. Ook werd geoordeeld dat de boeterente niet zonder ingebrekestelling kon worden gevorderd en dat de buitengerechtelijke incassokosten niet toewijsbaar waren.
De rechtbank bepaalde dat gedaagden bewijs mochten leveren over het bedrijfsmatige karakter van de lening, de bestemming van het ingehouden bedrag en de aflossingen. De beslissing over de overige punten werd aangehouden tot na bewijslevering.
Uitkomst: De rechtbank draagt bewijsopdrachten op en houdt verdere beslissing aan tot na bewijslevering.