ECLI:NL:RBROT:2007:AZ8549
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank bevestigt vervoerovereenkomst en veroordeelt tot betaling schadevergoeding en kosten na diefstal lading
In deze zaak stond centraal of tussen eiseressen en gedaagde 1 een vervoerovereenkomst of een expeditieovereenkomst was gesloten. De rechtbank concludeerde op basis van de opdrachtbevestiging, facturen, handelsregistergegevens en gedragingen dat sprake was van een vervoerovereenkomst.
De lading aluminium ingots werd op 5 maart 2004 door gedaagde 2, handelend in opdracht van gedaagde 1, geladen en vervolgens gestolen op een onbewaakt parkeerterrein. Eiseressen vorderden schadevergoeding op grond van artikel 17 CMR Pro, omdat de diefstal tijdens het vervoer plaatsvond en geen sprake was van overmacht.
Gedaagde 1 voerde onder meer aan dat zij slechts als expediteur optrad en dat de Fenex-condities van toepassing waren, en betwistte de aansprakelijkheid. De rechtbank verwierp dit verweer en oordeelde dat gedaagde 1 als vervoerder aansprakelijk was voor de schade.
De rechtbank wees de vordering toe, inclusief de hoofdsom van € 39.270,81, vermeerderd met CMR-rente vanaf 8 maart 2004, alsmede expertisekosten en buitengerechtelijke incassokosten. Tevens werd gedaagde 1 veroordeeld in de proceskosten. De procedure tegen gedaagde 2 was geschorst wegens faillissement.
Uitkomst: Gedaagde 1 wordt veroordeeld tot betaling van schadevergoeding, rente en kosten wegens diefstal van lading tijdens vervoer.