ECLI:NL:RBROT:2007:AZ8560
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.N. van Zelm van Eldik
- Rechtspraak.nl
Ontvankelijkheidsincident in verzetprocedure tegen verlof tot tenuitvoerlegging Frans arbitragevonnis
In deze civiele procedure staat het verzet van Petrom tegen het door de voorzieningenrechter verleende verlof tot tenuitvoerlegging van een Frans arbitragevonnis centraal. NIS, als partij die het verlof heeft verkregen, stelde incidenteel dat Petrom niet-ontvankelijk is vanwege het ontbreken van belang en dat de rechtbank onbevoegd zou zijn.
De arbitrage betrof een geschil tussen partijen over een overeenkomst uit 1991, waarbij Petrom tot betaling aan NIS was veroordeeld. Na diverse beslissingen en een presidentiële beslissing in Parijs werd verlof tot tenuitvoerlegging in Nederland verleend. Petrom betaalde haar schuld volledig, maar kwam in verzet tegen het verlof.
De rechtbank oordeelde dat het verzet niet niet-ontvankelijk is, ook niet omdat Petrom haar schuld heeft voldaan, omdat betaling onder protest kan zijn gedaan om beslag op een schip op te heffen. Bovendien is het belang van Petrom bij het verzet voldoende aanwezig om de procedure voort te zetten. De incidentele vorderingen van NIS tot niet-ontvankelijkverklaring en onbevoegdheid werden afgewezen, waarbij NIS werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de incidentele vorderingen van NIS af en verklaart Petrom ontvankelijk in haar verzet tegen het verlof tot tenuitvoerlegging.