ECLI:NL:RBROT:2007:AZ8562
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geschil over verkrijgende verjaring en eigendom van perceel grond aan de Dam te Schiedam
De gemeente Schiedam vordert dat de rechtbank verklaart dat zij eigenaar is van perceel A 206 en dat de gedaagde het perceel ontruimt. De gedaagde stelt dat hij het perceel door verkrijgende en bevrijdende verjaring heeft verkregen. Het perceel betreft een erf gelegen tussen panden aan de Dam en de Oude Sluis te Schiedam, met meerdere poorten en gebruiksfuncties.
De rechtbank constateert dat het perceel in de openbare registers op naam van de gemeente staat en dat het perceel geen straatnaambordje draagt. De gedaagde bezit sleutels van poorten en gebruikt een deel van het perceel als tuin. De gemeente heeft in brieven aangegeven dat het perceel openbaar gebied is en dat afsluiting niet is toegestaan, behalve tijdelijk in de avonduren.
De rechtbank onderzoekt of sprake is van bezit in de zin van artikel 3:108 BW Pro en of de gedaagde het perceel als eigenaar heeft gehouden. De feiten en gebruiksactiviteiten van de gedaagde zijn onvoldoende om het gehele perceel als in bezit te nemen aan te merken. Het gedeelte tussen poorten B en C wordt als mogelijk wel in bezit beschouwd, maar hierover is onvoldoende debat gevoerd.
De rechtbank wijst de vordering van de gemeente dat het perceel een openbare weg is af wegens gebrek aan feitelijke grondslag. De zaak wordt verwezen naar de rol voor nadere stukken over het bezit van het gedeelte tussen poorten B en C. Het vonnis is gewezen door mr. S.C.C. Hes-Bakkeren.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot kwalificatie als openbare weg af en verwijst de zaak door voor nadere onderbouwing over het bezit van een deel van het perceel.